Commandopost LBD

Bouwtechnische tekening Princessehof (in de oorlog commandopost Luchtbeschermingsdienst), 1943.

In de kelders van de Papingastins, waar eens de keuken-, wijn- en biervoorraden van Marijke Muoi waren opgeslagen, wordt al voor de bezetting de commandopost van de Luchtbeschermingsdienst Leeuwarden-Huizum (LBD) ondergebracht. Het stokoude gebouw met zijn 80cm dikke buitenmuren garandeert een veilig verblijf, ook als rampenbestrijdingsorganisatie, doet de luchtbeschermingsdienst veel aan publieksvoorlichting.

“In vredestijd kan de luchtbeschermingsdienst slapen, in oorlogstijd moet ze paraat zijn en op alles voorbereid”, aldus burgemeester Van Beyma na afloop van een LBD-oefening in de avond van 9 mei 1940. Hij kan dan nog niet vermoeden dat een paar uur later die oorlogstoestand een feit zal zijn. De commandopost onder het kantoor van de Dienst Verbetering Friesche Kanalen aan de Grote Kerkstraat 13 blijkt gelukkig voorbereid te zijn op oorlog. Al vanaf begin mei wordt de post 24 uur per dag bezet door zo’n 12 tot 15 medewerkers. De centrale commandopost is de spil in de verbinding van de LBD. Vanuit de Grote Kerkstraat worden de hulpverleners aangestuurd. Directe telefoonlijnen zijn aangelegd met de luchtwachtposten op de Oldehove en op de PEB-centrale aan de Franklinstraat. De bevolking kan bij calamiteiten vanuit de post rechtstreeks via de draadomroep worden geïnformeerd. 

In de meidagen van 1940 hoeft door de Luchtbeschermingsdienst geen grootschalige hulp te worden verleend. De stad blijft dan vrij van bominslagen. Later in de oorlog verandert dat. Mede door de nabijheid van het vliegveld vallen er in de jaren 1942-1945 onder andere bommen in de Julianastraat, de Molenstraat en de omgeving van de Wijbrand de Geeststraat. Bij die rampen, waarbij meerdere doden en zwaargewonden vallen, bewijst de Luchtbeschermingsdienst zijn waarde.