De Joodse gebroeders Velleman

De Joodse gebroeders Velleman, circa 1930. Van links naar rechts: Izak, Meijer (Max) en Jacob (Koos) Velleman. Zij woonden op Eewal 51.

Max Velleman is geboren in 1910 in Leeuwarden. Zijn echte voornaam was Meijer, maar omdat later mensen altijd dachten dat het zijn achternaam was, liet hij zich Max noemen. Hij had twee broers, Izak en Jacob. Ze zijn allebei in de holocaust omgekomen. Izak is op 24 juni 1942 omgekomen in Mauthausen en zijn echtgenote en hun zevenjarig dochtertje in Auschwitz. Jacob is ook in Auschwitz omgekomen, op 30 september 1942. Nagenoeg alle andere (tientallen) familieleden zijn ook in de holocaust omgekomen.

Izak Velleman en zijn broers Meijer (Max) en Jacob erfden gezamenlijk de woning Eewal 51 uit het bezit van hun vader Mozes Velleman, die in 1933 was overleden. Izak, vertegenwoordiger in damesstoffen, bewoonde het pand samen met zijn vrouw Wilhelmina Kats en dochtertje Betty, die in 1935 werd geboren. Het huis werd in 1936, dus ruim voor de oorlog, verkocht aan notaris mr. Sieberen Boltjes, woonachtig in Baarn. Hij was tijdens de bezetting nog eigenaar en het pand werd om die reden niet door de Grundstückverwaltung onder beheer gesteld, zoals dat met de Joodse panden wel gebeurde.

Het huis blijkt na de deportatie van het gezin Velleman op 5 oktober 1942 wel te zijn gevorderd door de Wehrmachtbezirksverwaltung. In de stad waren veel woningen nodig voor het huisvesten van Duitsers, zowel militairen (bijvoorbeeld die van het nabijgelegen vliegveld) als civiel personeel (bijvoorbeeld ingenieurs van de Bauleitung). Meerdere woningen met voorheen Joodse bewoners werden op deze wijze door het Duitse leger in gebruik genomen, omdat die huizen vaak gemeubileerd waren achtergelaten en daardoor de voorkeur genoten boven andere, leegstaande, beschikbare panden. In Leeuwarden werden tussen 1940 en 1945 honderden huizen gevorderd, zowel in Joods als in niet-Joods bezit. De Wehrmachtbezirksverwaltung betaalde de eigenaar 2/3 van de huurprijs, terwijl het resterende deel nog door Nederlandse instanties kon worden vergoed. Ook werd doorgaans een vergoeding betaald voor het gebruik van de inboedel, voorzover aanwezig.

Eewal 51 werd, zo blijkt uit de beschikbare stukken, in oktober 1942 aanvankelijk als ‘Krankenrevier’ gebruikt door het Infanterie Ausbildungs Bataillon 348. In december werd de woning in beheer overgedragen aan de Ortskommandantur van Leeuwarden, die het huis tot 15 oktober 1943 vorderde. Bij de vrijgave werd direct overgegaan tot vordering van een andere woning, Emmakade 9. De bewoonster daarvan, Lena Adriana Vertregt, weduwe van Oene Anne Bouma, verhuisde naar het vrijgegeven pand Eewal 51. Zij bleef er tot na de bevrijding wonen en keerde toen terug naar haar eigen pand aan de Emmakade.

Tekst: HCL