Deutsche Volksschule

Bewaarschool nr.1, aan de Groeneweg, waar tijdens de oorlog de Volksschule was gevestigd (nu Stadstoezicht), eind jaren 30.

Kinderen met minimaal één Duitse ouder of twee Duitse grootouders komen vanaf 1941 in aanmerking om een Deutsche Schule te bezoeken. In Leeuwarden en in andere plaatsen waar veel Duitsers wonen worden Volksschulen opgericht, waar het lager onderwijs in Duitse taal wordt gegeven. Leerlingen kunnen eventueel vervolgonderwijs op HBS-niveau krijgen aan de Reichsschulen in Valkenburg en Heythuysen, waar “slechts kinderen toegelaten worden, die hun mannetje staan op elk gebied, die een goed hoofd, een gezond lichaam en ook een flink karakter hebben.”

Het initiatief voor de Deutsche Schule in Leeuwarden ligt bij Beaufragte dr. Werner Ross, de vertegenwoordiger van Rijkscommissaris Seyss-Inquart in Friesland. Op 22 april 1941 woont de Beaufragte de feestelijke opening van de van de nieuwe school bij, samen met burgemeester Van Beyma en de ‘Kulturreferent’ Karl Weidlich. De voorgaande maanden is door de gemeente hard gewerkt om de in 1868 gebouwde bewaarschool aan het Tournooiveld voor het doel geschikt te maken. Voor de drie leslokalen, twee oefenlokalen en de gymzaal wordt een inventaris aangeschaft en de firma Schweigmann is gevraagd het gebouw te stofferen, waarbij de levering van verduisteringsgordijnen niet mag ontbreken. De herinrichting biedt overigens weinig soelaas voor de bouwkundige gebreken van de school. Al na enkele maanden beklaagt de schoolleiding zich erover dat de vloeren zo oud zijn dat er al herhaaldelijk kinderen doorheen zijn gezakt. Ook de wanden in de gang maken ‘einen unansehnlichen Eindruck’.

De opvoeding in nationaal-socialistische geest die door de bezetter zo belangrijk wordt gevonden is in goede handen bij de 33-jarige Duitser Karl Max Sebelin. De hoofdonderwijzer van de school is als Kreisschulungsleiter van de NSDAP een overtuigde nazi. Op een bijeenkomst in Zalen Schaaf in oktober 1943 vergelijkt Sebelin zijn Führer met de commandant van een schip. “En ook al wordt dat schip den storm ingestuurd, wij zullen aan boord blijven, omdat wij vertrouwen hebben in onze commandant!” Naast Sebelin is juffrouw Anna Hepkema als onderwijzeres aan de school verbonden. 

De Deutsche Volksschule begint met 38 leerlingen, maar dat aantal breidt zich in 1942-1943 langzaam uit. Enkele kinderen van ‘Lapkepoepen’, die al decennialang in de stad wonen, nemen zeer tegen hun zin plaats in de schoolbanken aan de Groeneweg. Twee jaar na de opening zijn de bezettingsautoriteiten zo ontevreden over het oude en te kleine schoolgebouw dat zij snel een nieuw onderkomen verlangen. Ook de omgeving van de school draagt daaraan bij. De Groeneweg, het Sint Jobsleen en de Boterhoek zijn dan al langer verboden gebied voor Duitse militairen “op grond van het feit, dat aldaar woonachtig zijn een groot aantal vrouwen van verdachte zeden en in die straten verlofs- en vergunningslocaliteiten gelegen zijn, die een minder goeden naam hebben.” Om te voorkomen dat leerlingen van de school door de obscure straatjes huiswaarts moeten keren, regelt Sebelin met de gemeente dat zij onder ouderlijk toezicht de Prinsentuin mogen betreden bij het ingaan en uitkomen van de school.

In juli 1943 wordt de Coornhertschool gevorderd als nieuw onderkomen van de Deutsche Schule. Kort voordat de lessen daar beginnen gooit de Leeuwarder jeugd zestig ruiten van het gebouw in. De politie weet de zaak bij de Duitsers te sussen door de vernielingen aan baldadigheid te wijten, zonder enige politieke achtergrond. Een jaar later is de school gevestigd in de katholieke school aan de Huizumerlaan.