Het hart van de Joodse buurt

Buurtfeest op Bij de Put, het hart van de Joodse buurt, rond 1918. Op de achtergrond huizen aan de noordzijde (nummers 6 en 8). Veel kinderen op deze foto zullen de oorlog niet overleven.

Dagboek Goffe Miedema, 20 september 1942:

“Maar ja, dat zijn van die kleine puzzels die opgelost moeten worden, als je het vergelijkt met de problemen waar de Joden voor geplaatst zijn dan vallen eigen moeilijkheden in het niet. Zelfmoord is er aan de orde van de dag, om te ontkomen aan het transport naar Polen om puin te ruimen en dat bijna zonder eten waardoor velen zullen bezwijken. Veel wordt er niet over bekend. De Joodse gezinnen worden totaal uit elkaar gehaald en waarom moet dat nu? Een eerlijke en faire manier zou toch zijn om hen een gebied aan te wijzen waar deze mensen zouden kunnen wonen als men er in Duitschland zo fel op gebrand is. Waarom deze haat? Maar niet te veel aan denken, je wordt er maar beroerd van. Het is nu eenmaal zo dat een mensenleven niet veel telt, en een Joods leven helemaal niets meer.”

Dagboek Goffe Miedema, 29 december 1942:

“Op straat zie je haast geen Joden meer. Ik geloof niet dat er hier in Leeuwarden nog veel zijn, de meesten zijn weggevoerd en komen vermoedelijk nooit terug. Voor de radio werd bekendgemaakt dat voor 1 januari alle Joden uit West-Europa naar werkkampen in Polen overgebracht moeten zijn, maar zouden ze daar ooit levend uitkomen? Vanuit de concentratiekampen uit ons land gaan de transporten dan in dicht getimmerde treinen naar Polen en dan moet men maar raden naar de beestachtigheden die vermoedelijk met deze mensen uitgehaald worden. (…) Af en toe denk je je deze ellende in, maar veelal lopen we er maar haastig aan voorbij, je wordt er maar beroerd van als je er aan denkt, en ben ik mijns broeders hoeder?”

Tekst: HCL