Joodse School

De A.S. Levissonstraat (voorheen Perkstraat) is vernoemd naar Abraham Salomon Levisson (1902-1945), vanaf december 1935 opperrabijn van Friesland en Drenthe. Zijn aantreden vindt drie maanden na het ondertekenen van de Neurenberger wetten plaats, waarbij Joden worden uitgesloten van de samenleving. Levisson zet zich in voor de Joodse vluchtelingen uit Duitsland en hij is betrokken bij het ‘Centraal Joods Vluchtelingenkamp’ dat in 1939 in Westerbork wordt gebouwd. Later komt hij er zelf als gevangene terecht. Vanwege zijn energieke opofferingszin krijgt hij de bijnaam ‘Rebbe Simche’ oftewel ‘Rabbijn Vreugde’. Hij wordt in 1943 gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Als de Engelsen in 1945 het kamp naderen worden de gevangenen, waaronder Levisson, geëvacueerd. Vlak voor de bevrijding is Levisson omgekomen in een evacuatietrein nabij Tröbitz in Oost-Duitsland. De Joodse School aan de A.S. Levissonstraat heette in het verleden de Dusnusschool. De school is genoemd naar Baruch Bendit Dusnus, tot 1886 opperrabijn van Friesland. Vanaf 1941 is de Dusnusschool de enige onderwijsinstelling voor Joodse kinderen in de Friese hoofdstad: ze mogen nergens anders les volgen. Al snel worden de absentielijsten op de Dusnusschool schrikbarend lang. Joodse kinderen duiken onder of worden weggevoerd. 

In maart 1943 zijn alle schoolbanken leeg. ‘Het kind is er niet meer’, zegt de Hebreeuwse tekst op een van de gedenkstenen voor de Joodse school in Leeuwarden. De school is de laatste jaren in gebruik als dependance van OBS De Oldenije. In 1949 is op de niet voor publiek toegankelijke Joodse Begraafplaats een gedenkteken voor de weggevoerde Joden opgericht. Op 11 mei 1987, 42 jaar na de bevrijding, krijgt Leeuwarden pas een openbaar monument ter herinnering aan de tragedie van de Jodenvervolging die aan 550 van de 665 Leeuwarder Joden het leven kostte. Het monument op het plein voor de Dusnusschool is in opdracht van de gemeente ontworpen. Het ontwerp van keramist Kees van Renssen en diens echtgenote Hubi is destijds gekozen, omdat het, zo luidde de beoordeling, een grote emotionele zeggingskracht heeft en het bovendien een specifiek herkenningspunt is voor Leeuwarden, met een duidelijke verwijzing naar de Joodse gemeenschap in de Friese hoofdstad.