Kantoor winterhulp & Vrijmetselaarsloge

Kantoor Winterhulp
In het pand Bij de Put 17 en het daarachter gelegen Jacobijnerkerkhof 50 zijn al sinds het begin van de twintigste eeuw ambtelijke diensten ondergebracht. Tot eind juli 1941 is het Gewestelijk Arbeidsbureau

er gevestigd, dat daarna naar de Willemskade verhuist. Ook het Maatschappelijk Hulpbetoon, later gemeentelijke dienst voor Sociale Zaken, houdt sinds 1937 in het pand kantoor. Onder de sociale taken van de gemeente wordt in de oorlogsjaren ook het werk van de Winterhulp Nederland (WHN) geschaard.

De Winterhulp is in oktober 1940 door Rijkscommissaris Seyss-Inquart in het leven geroepen naar het voorbeeld van het Duitse Winterhilfswerk. In Leeuwarden komt burgemeester Van Beyma als

‘plaatselijk directeur’ aan het hoofd te staan. De werkzaamheden van de WHN worden eerst ondergebracht in het stadhuis, vanaf augustus 1942 in het kantoor van Sociale Zaken aan Bij de Put. De Leeuwarders zijn allerminst van de nobele motieven van de Winterhulp overtuigd. Velen zien de WHN als een verlengstuk van de bezettende macht. Het stuit menigeen tegen de borst dat leden van de Nationale Jeugdstorm van de NSB voor de WHN hand- en spandiensten verrichten tijdens het uitdelen van eenpansmaaltijden in Zalen Schaaf. Ook een gezamenlijk concert met het Duitse Winterhilfswerk in maart 1943 in de Harmonie zal velen in het verkeerde keelgat zijn geschoten, al is het maar omdat het muziekkorps van de Kriegsmarine er optreedt. 

Vanaf het begin van 1941 zijn het vooral NSB-ers die nog voor de Winterhulp gaan collecteren. Van het gemeentelijk bureau krijgen zij de instructie dat aan de deur “het voeren van twistgesprekken of politieke gesprekken moet worden vermeden.” De opbrengsten van de collecten komen ten goede aan de Leeuwarder behoeftigen. In de winter van 1942-1943 zijn er in de stad 3752 gezinnen en 1466 alleenstaanden die door de WHN worden ondersteund. Het werk van de organisatie gaat tot kort voor de bevrijding door. Onder een dak met de Winterhulp aan Bij de Put 17 zijn het bureau van de Luchtbeschermingsdienst en het plaatselijke kantoor van de Nederlandsche Volksdienst (NVD) gevestigd. De NVD is in 1941 opgericht als een zusterorganisatie van de Winterhulp en richt zich

op allerlei soorten sociaal-maatschappelijke hulp, variërend van kraamzorg tot tandverzorging en van voedselverstrekkingen tot kinderuitzendingen naar Duitsland. Net als de Winterhulp kan ook de NVD in Leeuwarden op weinig sympathie van de bevolking rekenen.

 

Vrijmetselaarsloge
Het monumentale huis Bij de Put 15 heeft een lange geschiedenis. Het wordt omstreeks 1590 gebouwd en is in de zeventiende en achttiende eeuw in bezit geweest van de familie Van Harinxma thoe Slooten. In 1927 komt het pand in bezit van de vrijmetselaarsloge “De Friesche Trouw”. De vrijmetselaars hebben niet lang van hun nieuwe onderkomen kunnen genieten. De nationaalsocialisten beschouwen de wat gesloten, internationaal georiënteerde Orde van Vrijmetselaars als een volksvijandige organisatie van samenzweerders. Nadat de Orde al in 1935 als ‘Instrument des Judentums’ in Duitsland is verboden, volgt de ontbinding in Nederland op 3 september 1940. De bezittingen van de loges worden meteen door de bezetter geconfisqueerd. De opbrengst van acht miljoen gulden wordt geïnvesteerd in de Duitse propaganda. Kilometers aan archieven en zo’n 50.000 boeken vinden hun weg naar Duitsland.

Het archief van de Leeuwarder loge wordt afgevoerd naar de Leeuwarder Papierfabriek en daar tot pulp gedraaid. Veel historische informatie gaat daarbij verloren. Gelukkig weet een werknemer van de fabriek de originele constitutiebrief uit 1782 voor vernietiging te behoeden. Via notaris Nanne Ottema komt het stuk na de bezetting weer terug bij “De Friesche Trouw”. Op het logegebouw aan Bij de Put 15 wordt beslag gelegd. 

In enkele maanden wordt het door de NSDAP omgevormd tot het eerste vrijmetselaarsmuseum van Nederland. De deuren van de expositie gaan op 6 december 1940 in aanwezigheid van Generalkommissar Fritz Schmidt en de rijkscommissaris voor internationale organisaties

Werner Schwier open voor publiek. Nog even zetten de broeders hun bijeenkomsten voort in het Friesch Koffiehuis aan de Wirdumerdijk, maar als blijkt dat de eigenaar daarvan, Lucas Bunt, een NSB-er is komt ook aan die samenkomsten een einde. Meteen na de bevrijding eist “De Friesche Trouw” het dan sterk verwaarloosde pand aan Bij de Put weer op. De feestelijke heropening vindt plaats in december 1945.