Paleis van Justitie

Canadese tanks op het Wilhelminaplein voor het Paleis van Justitie, 1945.

 

Op 25 februari 1943 wordt door de strafkamer van het Leeuwarder hof een bijzonder arrest gewezen. ‘Om des gewetens wille’ spreekt het hof zich uit over onbedoelde consequenties van straffen tijdens de bezetting. Hiermee geeft het hof aan niet mee te willen werken aan de uitvoering van een straf als deze kan leiden tot blootstelling van de gestrafte aan extreme strafverzwarende omstandigheden. In het specifieke geval betekent dit dat de verdachte een aangepaste straf krijgt die hem niet bloot kan stellen aan een onrechtvaardig zware behandeling in kamp Ommen, waarvan bekend is dat de leiding van dat kamp sympathiseert met de Duitsers en de gevangenen er bijzonder slecht behandeld worden. De bij het arrest betrokken raadsheren worden snel na de uitspraak door de bezetter gestraft met ontslag wegens ‘grove verzaking van hun ambtsplicht’. Maar het Leeuwarder arrest heeft ook een positief effect; niet langer worden gevangenen doorgezonden naar Duitsland en het kamp Ommen krijgt een andere bestemming. Na de bevrijding wordt het gerechtsgebouw gebruikt voor de zittingen van het Bijzonder Gerechtshof, dat collaborateurs veroordeelt. Op 18 december 1945 is de eerste zitting. De laatste zaak dient in 1949.